Oogziekten

Uitleg zichtproblemen en korte uitleg oogziekten

Cataract ((grauwe) staar)

Cataract (Grauwe) Staar)
Dit is een van de bekendste oogziekten die in de wereld voorkomt. Cataract is het vertroebelen van de ooglens (zie afbeelding). Meestal komt dit op latere leeftijd voor, omdat de vertroebeling het gevolg is van het verouderen van de ooglens. Er zijn echter ook mensen die het al op eerdere leeftijd ontwikkelen. Ook zijn er kinderen die met een aangeboren vorm van cataract rondlopen. De oorzaak van de cataract zit hem dan uiteraard niet in de veroudering van de lens, maar in een erfelijke of een verworven oorzaak. Verworven staar kan ontstaan door een ziekte van de moeder tijdens de zwangerschap (bijvoorbeeld: rode hond)

 

 

Maculadegeneratie (MD)

Maculadegeneratie (MD)
Dit is, simpel gezegd, slijtage van het centrale gedeelte van het netvlies. Deze afwijking komt meestal op latere leeftijd voor. De patiënt merkt dat het centrale zien langzamerhand achteruit gaat. Tevens kan er vertekening (metamorfopsie) optreden. Dit houdt in dat rechte lijnen door de patiënt krom of gegolfd gezien worden (zie afbeelding). Dit kan de optometrist testen met een Amsler kaart.

 

 

Glaucoom (hoge oogdruk)

Glaucoom (Hoge oogdruk)
Glaucoom wordt nog wel eens (onterecht) “groene staar” genoemd. Het heeft niets met de vertroebeling van de ooglens te maken, maar met een te hoge oogboldruk. Bij iedereen heerst er een bepaalde oogdruk als gevolg van een evenwicht van vocht dat inwendig in het oog wordt aangemaakt en weer wordt afgevoerd. Als de afvoer van dit vocht belemmerd/ verminderd is, dan gaat de druk stijgen. Deze hogere druk in het oog geeft problemen voor de zenuwvezels die in het netvlies zitten. Hierdoor gaan deze vezels langzamerhand afsterven en gaat men op een gegeven moment uitval van delen in het gezichtsveld krijgen. Een behandelding met druppels die de oogdruk verlagen is hierbij de eerste optie. Een laserbehandeling of een glaucoomoperatie zijn een tweede optie als er met druppels geen effect wordt bereikt.

 

Glasvochtloslating

Glasvochtloslating
De grote ruimte achter de ooglens is geheel gevuld met glasvocht (corpus vitreum). Dit is een transparante gelei-achtige massa omgeven door een dun vlies. Het glasvocht bevat geen bloedvaten, maar dunne vezels die zorgen voor elasticiteit en stevigheid. Het bekende verschijnsel van de zogeheten mouches volantes (vliegende muggen) houdt in dat deze vezels zichtbaar zijn als drijvende sliertjes of stipjes in helder licht of tegen een lichte achtergrond. Rond het 60ste jaar gaat het glasvocht van structuur veranderen en kan het gaan inkrimpen. Hierdoor kan het gedeeltelijk los komen te liggen van het netvlies. Dit noemen we een achterste glasvochtloslating. Men ziet dan lichtflitsjes, omdat het glasvocht trekt aan het netvlies en hierna zijn vaak (meer) mouches volantes zichtbaar. De flitsen gaan vanzelf over en het veroorzaakt verder geen problemen voor het oog.

Diabetische retinopathie (DRP)

Diabetische Retinopathie (DRP)
Diabetische retinopathie zijn afwijkingen aan het netvlies die ontstaan bij patiënten met diabetes mellitus. Het begint vaak met kleine bloedvatveranderingen (microaneurysma’s) en/ of kleine bloedinkjes die ontstaan in het netvlies. De beginfase van deze afwijkingen geeft geen klachten bij de patiënt. Daarom is het zo belangrijk dat Diabetes patiënten regelmatig op deze afwijkingen gescreend worden. De behandelend internist, huisarts of diabetesverpleegkundige wijzen hier meestal wel op.

Ablatio retinae (netvliesloslating)

Ablatio Retinae (Netvliesloslating)
Het loslaten van het netvlies kan op iedere leeftijd optreden. Op latere leeftijd is de kans groter. Mensen met een hoge myopie (bijziendheid) lopen ook meer risico. Een netvliesloslating moet zeer spoedig worden behandeld om ernstige schade aan het gezichtsvermogen te voorkomen. 

Nastaar

Nastaar
Wanneer iemand geopereerd is voor staar kan er na verloop van tijd nastaar ontstaan. Dit houdt in dat het kapsel, waarin de kunstlens tijdens de operatie is geplaatst, wat wazig gaat worden. Hierdoor gaat de patiënt toch weer wat waziger zien. Een korte laserbehandeling lost dit probleem weer op.

Keratoconus

Keratoconus
Het woord keratoconus is afgeleid uit het Grieks en betekent kegelvormig hoornvlies (cornea). Keratoconus is een toenemende verdunning van het hoornvlies. Hierdoor gaat het hoornvlies op een bepaalde plaats uitstulpen. Dit geeft een vervorming van het beeld in dat oog dat moeilijk te corrigeren is met een bril. In de meeste gevallen krijgt men het aan beide ogen. Wel kan het ene oog meer aangedaan zijn dan het andere oog.

Keratoconus zorgt voor dubbelbeelden/ schaduwbeelden en snel toenemende cilindersterktes. Ook klaagt men over het zien van lichtstrepen. Als de keratoconus zich verder ontwikkelt wordt de vervorming vaak door een vormstabiele contactlens gecorrigeerd. Bij het eindstadium van de aandoening is mogelijk een hoornvliestransplantatie nodig. Tegenwoordig is de vervorming ook te corrigeren met Intacs ringen die in het hoornvlies aangebracht worden. Dit kan een transplantatie uitstellen.
Chalazion

Droge ogen

Droge ogen
Een slechte bevochtiging van het oog ontstaat door een slechte kwaliteit van de traanfilm of een verminderde traanproductie als gevolg van een minder goed functionerende traanklier. De patiënt klaagt vaak over een branderig of zanderig gevoel, de ogen worden gauw rood en/ of het zicht kan wat wisselen. Vaak worden hier kunsttranen voor voorgeschreven en in het geval van extreem droge ogen wordt nog wel eens de traanafvoer door een plugje afgesloten.

Amblyopie (lui oog)

Amblyopie (Lui oog)
Een lui oog ontstaat tijdens de vroege kinderjaren en is het gevolg van een minder goede ontwikkeling van een van beide ogen. Het is belangrijk dat deze afwijking snel gevonden wordt zodat er nog een goede behandeling gedaan kan worden. Behandeling gebeurd door een orthoptist en bestaat meestal uit het afplakken van het goede oog om het luie oog te stimuleren om zich beter te ontwikkelen.

Strabismus (scheelzien)

Strabismus (Scheelzien)
Strabismus is een afwijkende stand van de ogen. De meest voorkomende vorm is een horizontale strabismus. Een of beide ogen staan te veel naar binnen gericht of naar buiten gericht. Minder vaak komt er een verticale strabismus voor waarbij 1 van de ogen te veel omhoog of omlaag staat.

  • Of neem direct contact op!
    • +31 344 643436

    Of voor spoed gevallen.

    • +31 641-638343